Al meer dan 35 jaar loop ik rond in de schoonmaakbranche. Een wereld die voor buitenstaanders soms onzichtbaar is, maar voor wie er eenmaal onderdeel van is nooit meer hetzelfde wordt. Mijn liefde voor het vak begon niet in een directiekamer, niet tijdens een audit en niet aan een vergadertafel. Die begon gewoon, heel simpel, met een bijbaantje als schoonmaker op een basisschool.

Na schooltijd de klaslokalen in. De geur van gum, krijt en natte jassen. Stoelen op de tafels. Een emmer sop, een dweil, een stofzuiger die meer lawaai maakte dan nodig was. Geen grootsheid, geen applaus. Maar wel iets anders: voldoening. Aan het einde van de avond was het verschil zichtbaar. Het lokaal was weer klaar voor een nieuwe dag leren. Dat gevoel – dát was het begin.

Inmiddels zijn we decennia verder. Ik heb het vak vanuit alle kanten mogen zien: als uitvoerder, als begeleider, als auditor, als sparringpartner van ondernemers en teams. En nog steeds zie ik hetzelfde fundament onder alles wat goed gaat in deze branche: liefde voor het vak.

De Schoonmaker van het Jaar – niet over mij
De verkiezing van de Schoonmaker van het Jaar 2026 draait niet om mij. Nooit gedaan ook. Daarom sta ik als vriend van de verkiezingen altijd op de achtergrond. Want het podium hoort toe aan de mensen die dagelijks het verschil maken. De mensen die ’s ochtends vroeg starten of juist ’s avonds laat afsluiten. Die werken als anderen naar huis gaan.

De finalisten staan daar niet, omdat ze toevallig goed kunnen dweilen of omdat ze een hoge kwaliteitsmeting hebben gescoord. Ze staan daar, omdat ze iets uitstralen. Toewijding. Betrokkenheid. Trots. En ja – liefde voor het vak!

Zonder die liefde haal je de finale niet. En zonder die liefde houd je het vak ook niet vol.

Waarom liefde nodig is om goed te zijn!
Schoonmaak is een vak. Dat zeg ik niet uit gewoonte, dat zeg ik uit overtuiging. Het vraagt vakkennis. Inzicht in materialen. Begrip van hygiëne, veiligheid, logistiek. Oog voor detail. Planningsvermogen. En bovenal: verantwoordelijkheidsgevoel.

Maar techniek alleen is niet genoeg.
Je kunt leren hoe je een vloer moet behandelen. Je kunt een opleiding volgen voor specialistisch reiniger. Je kunt protocollen uit je hoofd kennen. Maar als je geen liefde voelt voor wat je doet, blijft het werk. En werk zonder liefde wordt zwaar.

Liefde voor het vak maakt dat je nét even verder kijkt. Dat je die ene vlek ziet, die anderen missen. Dat je een ruimte niet alleen schoonmaakt, maar echt oplevert. Dat je begrijpt dat een schoon klaslokaal rust geeft. Dat een schone zorgomgeving vertrouwen wekt. Dat een fris kantoor bijdraagt aan productiviteit.
Liefde maakt het verschil tussen uitvoeren en verzorgen.

Het ‘schoonmaakvirus’
Vroeger zeiden we het met een knipoog: je wordt geraakt door het schoonmaakvirus. Het klinkt misschien luchtig, maar wie het kent, weet wat het betekent.

Het moment waarop je niet meer langs een vloer kunt lopen zonder te zien hoe hij is onderhouden. Het moment waarop je automatisch let op randjes, hoeken, details. Het moment waarop je trots voelt als een klant zegt: “Het ziet er weer fantastisch uit.”

Dat virus is geen besmetting, het is een roeping. Het zit in je of het zit niet in je.
En als het in je zit, dan wordt schoonmaak geen bijzaak. Dan wordt het een onderdeel van wie je bent.

Liefde en collegialiteit
Voor individuele finalisten is liefde voor het vak essentieel. Voor schoonmaakteams komt daar nog iets bij: liefde voor elkaar.
Een goed team herken je niet alleen aan het resultaat, maar aan de sfeer. Aan hoe men met elkaar omgaat. Aan hoe men elkaar opvangt als het tegenzit. Aan hoe men samen trots is op een behaalde score of een compliment van een opdrachtgever.

Collegialiteit is geen zachte waarde; het is een harde succesfactor. Teams die elkaar respecteren, die kennis delen en elkaar versterken, presteren structureel beter. Ze hebben minder verloop. Minder verzuim. Meer stabiliteit.

Liefde voor het vak verbindt. Liefde voor elkaar versterkt.
En precies daarom zie je in de finale van de Schoonmaker van het Jaar niet alleen vakmensen, maar ook mensenmensen!

Het vak moet je willen dragen
Schoonmaak kan fysiek zwaar zijn. Het vraagt discipline. Regelmaat. Soms werken op momenten dat anderen vrij zijn. Het vraagt flexibiliteit bij wisselende locaties en verwachtingen.

Wie het ziet als “maar schoonmaken”, redt het niet. Wie het ervaart als vak, als verantwoordelijkheid, als bijdrage aan de maatschappij, die houdt het vol.
Liefde zorgt ervoor dat je investeert in jezelf. Dat je opleidingen volgt. Dat je openstaat voor nieuwe technieken. Dat je trots bent op je uniform. Dat je begrijpt dat jouw werk impact heeft.
Want laten we eerlijk zijn: zonder schoonmaak staat alles stil.

Ziekenhuizen functioneren niet zonder hygiëne. Scholen niet zonder schone lokalen. Kantoren niet zonder frisse werkplekken. Productieomgevingen niet zonder reiniging. De basis van elke organisatie is schoon.
En die basis wordt gelegd door mensen met liefde voor hun vak.

Vijfendertig jaar later
Als ik terugkijk op mijn eigen loopbaan, zie ik één rode draad: betrokkenheid. Wat begon als een bijbaan groeide uit tot een levenslange verbinding met de branche. Niet omdat het moest, maar omdat het voelde als mijn plek.

Ik heb generaties schoonmakers zien komen en gaan. Ik heb jonge mensen zien starten zonder idee wat het vak inhield, en uitgroeien tot trotse professionals. Ik heb teams zien worstelen en daarna zien bloeien.
En telkens opnieuw zie ik hetzelfde patroon: waar liefde is, ontstaat kwaliteit.

Niet altijd meteen. Niet zonder inspanning. Maar duurzaam.

Waarom deze verkiezing ertoe doet
De verkiezing van de Schoonmaker van het Jaar is meer dan een prijs. Het is erkenning. Zichtbaarheid. Waardering voor een vak dat te vaak vanzelfsprekend wordt gevonden.

Door finalisten een podium te geven, laten we zien wat professionaliteit betekent. We laten zien dat schoonmaak geen sluitpost is, maar een specialisme. Geen bijzaak, maar een fundament.
En belangrijker nog: we inspireren.

De jonge medewerker die twijfelt of hij in het vak wil blijven, ziet een rolmodel. De ervaren kracht voelt erkenning. Opdrachtgevers zien de mens achter het resultaat.
Liefde voor het vak wordt zichtbaar gemaakt.

Het zit in je – of niet?
Soms vragen mensen mij: kan iedereen een goede schoonmaker worden? Mijn antwoord is eerlijk: je kunt het leren, maar het moet ergens van binnen resoneren. Zoals bij elk ambacht geldt: techniek is aan te leren, passie niet.

Wanneer het vak in je zit, voelt het niet als ‘moeten’. Het voelt als ‘willen’. Dan is een schone ruimte geen taak die afgevinkt wordt, maar een resultaat waar je trots op bent.
En dat zie je terug in houding. In uitstraling. In stabiliteit. In kwaliteit.

Aan de finalisten van 2026
Aan iedereen die in 2026 in de finale staat – individueel of als team – wil ik dit zeggen: jullie staan daar niet toevallig.
Jullie staan daar, omdat jullie laten zien dat schoonmaak een vak is. Omdat jullie laten zien dat liefde voor het vak zichtbaar wordt in gedrag, in houding, in resultaat.

Blijf die liefde koesteren. Blijf investeren in jezelf en in elkaar. Blijf trots uitdragen wat je doet.
Want uiteindelijk is dat de kern van alles: trots op je werk.

Tot slot
Vijfendertig jaar geleden begon het voor mij met een emmer sop in een basisschool. Vandaag de dag mag ik nog steeds onderdeel zijn van een branche, die draait op toewijding, vakmanschap en betrokkenheid.

De Schoonmaker van het Jaar 2026 gaat niet over mij. En dat is precies zoals het hoort.
Het gaat over de mensen die dagelijks laten zien wat liefde voor het vak betekent. Over de teams die elkaar versterken. Over professionals die geraakt zijn door dat oude, vertrouwde schoonmaakvirus.

En wie eenmaal besmet is, weet het: dit is geen werk alleen.
Dit is een vak.
En voor sommigen van ons – een levenslange liefde.

Edgar van Engelen, directeur Qualis Insight into Quality

Een onafhankelijk, objectief en onpartijdig met functionele kwaliteitsmetingen om de schoonmaakbranche te professionaliseren.